Herinner je je de toekomst nog? Deel 2

In het vorige deel heb ik aan de hand van voorbeelden bepleit dat kijken in de toekomst een reële mogelijkheid is. Maar als kijken in de toekomst of precognitie mogelijk is, hoe kan dat dan? En wat betekent het voor ons idee van de werkelijkheid? Ik heb u beloofd om uit het oogpunt van kwantumfysica op zoek te gaan naar antwoorden op deze vragen. (Geschreven door Frank.)

timewarp-earth-1-thumb-nquist

Illustratie; Timehole Earth, N. Quist

Omdat kwantumfysica voor veel mensen een nieuw en onbekend begrip is zal ik in dit deel eerst proberen een beeld te schetsen van wat die ‘nieuwe natuurkunde’ nou eigenlijk is. Wees niet bevreesd, omwille van de duidelijkheid zal ik niet uitputtend de kwantum fysische diepte ingaan. Voor de diepere achtergronden, formules en meer informatie van en over kwantumfysica kunt u hier of hier te rade gaan. Ik probeer het voor mijzelf begrijpelijk te houden zodat ik zeker weet dat u het ook kan volgen.

Even wat historie en achtergronden

Met een voor die tijd typerende zelfgenoegzaamheid en arrogantie dachten de wetenschappers tegen het einde van de negentiende eeuw dat de fundamentele basisprincipes van het gedrag van het fysieke universum bekend waren. Een groot aantal wetenschappers beweerde toen zelfs dat de studie der natuurkunde bijna voltooid was: er waren geen grote ontdekkingen meer te verwachten, slechts details en de puntjes op de i. Maar net toen deze gedachte bijna tot dogma verheven werd, ontdekte Röntgen vreemde stralen die door vlees heen drongen. Hijzelf had hier geen verklaring voor en noemde ze X-stralen. Kort daarop kwam Henri Becquerel er per toeval achter dat een stuk uraniumerts ‘iets’ uitstraalde dat wolkenvormen maakte op fotografische platen. Toen in 1897 ook nog eens de elektron (drager van elektriciteit) werd ontdekt was de teerling geworpen. Schoorvoetend moest men toegeven dat de klassieke natuurkunde tal van zaken prima kon beschrijven maar zeker niet verklaren.

Langzaam maar zeker verschoof de aandacht van sommige wetenschappers naar de kleinste deeltjes (kwantum) in ons universum. Wetenschappers zoals Max Planck en Niels Bohr zagen dat die deeltjes zich niets van onze klassieke natuurkundige wetten aantrokken. En hoe onbeduidend dat misschien ook lijkt, trokken juist die observaties alles wat we tot dan toe wisten over onszelf en de wereld om ons heen in twijfel. Wij en alles om ons heen zijn immers opgebouwd uit die deeltjes. Bohr merkte dan ook in 1927 terecht op: “Wie niet geschokt is door de kwantumtheorie, begrijpt haar niet”.

Na Albert Einstein begonnen steeds meer geleerden zich te verdiepen in de kwantumtheorie en alles bleek opeens mogelijk, nou ja theoretisch dan. Van tijdreizen tot teleportatie en van parallelle universa tot meerdere dimensies. Toen Werner Heisenberg bewees dat je op subatomair niveau wel de snelheid van een deeltje kan meten maar niet zijn positie of andersom wel zijn positie maar niet de snelheid was de boot helemaal aan. Het fenomeen werd bekend als het Onzekerheidsprincipe. Door de poging een bepaald aspect van een deeltje te meten beïnvloedt men dat aspect, waardoor het relatief tot de meting verandert. Met andere woorden; de meting beïnvloedt het resultaat. Hieruit concludeert men dat de subatomische wereld de waarnemer weerspiegelt, waardoor er geen accurate meting gemaakt kan worden. Er is geen zekerheid meer. Het is ook niet verwonderlijk dat Richard Feynmann in 1967 schreef: “Niemand begrijpt de kwantumtheorie”.

azimuthal-quantum-number-wikifile-thumb

Illustratie; Wikipedia file: Azimuthal quantum number

In de jaren negentig van het vorige millennium begon de kwantumtheorie langzaam aan meer kwantumpraktijk te worden. Zo werd door natuurkundigen in Los Alamos de dikte van een menselijke haar gemeten, met behulp van een laserlicht dat nooit op de haar zelf had geschenen, maar dat alleen had kunnen schijnen op die haar. Dit bizarre ‘contrafactuele’ resultaat was het begin van een nieuwe manier van interactievrije detectie, vinden zonder zoeken dus. Momenteel werkt men druk aan kwantumcomputers. Met name Amerikaanse inlichtingendiensten zoals de NSA (National Security Agency) hebben in deze ontwikkeling een dikke vinger in de pap. En er zijn inmiddels al werkende modellen die in luttele seconden codes kunnen kraken.

Ik zal even kort en grofweg proberen uit te leggen hoe zo’n kwantumcomputer ongeveer werkt. Een normale computer heeft een werkgeheugen bestaande uit duizenden transistors die uit of aan kunnen staan. Dat aan of uit staan wordt door de computer gelezen als ééntjes en nulletjes. Plaats je die ééntjes en nulletjes in een binaire reeks dan kan men informatie opslaan. Oké, stel voor dat we in plaats van transistors duizenden bekertjes hebben en dat de binaire informatie onder één van die bekertjes zit in de vorm van een balletje.

Welnu, vraag je aan een gewone computer wáár dat balletje zit dan zal de machine één voor één de bekertjes optillen totdat het balletje gevonden is.

In een kwantumcomputer zitten geen transistors maar deeltjes (qubits of kwantum bits, deeltjes die een beetje één en gelijktijdig een beetje nul zijn) en sommige van deze deeltjes hebben informatie meegekregen. Dus als we deeltjes weer zien als bekertjes en de informatie als een balletje dan zou een kwantum computer in één keer alle bekertjes wegtoveren, dat wat overblijft is de bal. Vinden zonder zoeken dankzij het onzekerheidsprincipe.

Voor wie echt alles van quantum computers wil weten, hier staat een Nederlandstalige PDF met behoorlijk wat informatie:  http://homepages.cwi.nl/~buhrman/paradiso-final.pdf.

Een ander staaltje van verbluffende kwantumtechniek is teleportatie. In 1998 werd de eerste kwantumteleportatie succesvol gedemonstreerd in drie laboratoria op verschillende plaatsen in de wereld (Innsbruck, Rome en California). Natuurkundige Jeff Kimble, leider van het Cal-Tech team zei dat kwantumteleportatie in principe ook kon worden toegepast op solide voorwerpen en uiteindelijk misschien ook wel op mensen.

De kwantumfysica is eigenlijk grenswetenschap in optima forma. Om het te kunnen bevatten moet je breken met alle logica waarmee we onze werkelijkheid op conventionele manier trachten te verklaren.

Terug naar de tijd

Boeddha, Siddharta Gautama (ca.560-480 v. Chr) vergeleek tijd met
een wagenwiel. Ieder punt van het wagenwiel dat in aanraking komt met de grond correspondeert met een “nu”. De ononderbroken, zich voortdurend herhalende reeks van nu-punten (het totale wiel) symboliseert heel duidelijk het principe van tijd.

Voorkennis hebben van toekomstige gebeurtenissen speelt bij de ene cultuur een grotere rol dan bij de andere. Dat heeft onder andere ook te maken met hoe een bepaalde cultuur het fenomeen tijd beschouwt. Bij ons in het westen is het nog altijd zo dat een meerderheid denkt dat tijd een rechte lijn is die met iedere tik van de klok een stukje langer wordt. In bijbelse termen begint de lijn bij de schepping en eindigt op een wijze die de apocalyptische apostelen voorzien hebben. Deze nogal simpele voorstelling van zaken wordt zeker niet door iedereen gedeeld. Met name de Maya indianen hebben een afwijkend maar duidelijk beeld van wat tijd nou eigenlijk is. Mijn DossierX collega Jeroen schreef hierover in een boeiende drieluik het volgende;

“Volgens de Maya’s is tijd een multi-dimensionaal concept. Tijd is een frequentie, een trilling en een geestelijk mentaal concept. Tijd is de barrière tussen oorzaak en gevolg. De tijd wordt door de Maya’s als iets kunstzinnigs gezien, een vormgever die zorgt dat alles op Aarde samenvalt op de juiste plaats op het juiste moment en de materie bij elkaar houdt. Tijd is dus niet van de ruimte en de materie (zoals de Westerse kalender er naar kijkt), maar geeft deze mede vorm. Het is ‘hoger’ dan materie en ruimte en wordt zodoende niet op haar waarde geschat wanneer we haar indelen met methoden die voor ruimtebepalingen ontwikkeld zijn.”

Prof. ir. dr. J.M.J. Kooy, ruimtevaartdeskundige van Nederlandse bodem, die zelf vele spontane proscopische ervaringen (d.m.v. Dunne-effecten) in zijn dromen heeft ervaren, is een van de eerste Nederlanders geweest die proscopie (en enkele andere paranormale verschijnselen) heeft benaderd vanuit een vierdimensionale tijd-ruimte conceptie. Hij wijst erop dat een dergelijk wereldbeeld niet langer plaats biedt aan het algemeen denkprincipe van oorzaak en gevolg, het zogenaamde causaliteitsprincipe. Je kunt je voorstellen dat voor iemand die volmaakt helderziend is in tijd en ruimte het denken in termen van oorzaak en gevolg irrelevant is. Misschien is het beter voor te stellen een film te zien, voor ons is dat duidelijk een verhaal met een begin en een eind. Scènes volgen elkaar in logisch verband op en vormen zo een verhaal. Maar als je helder zou kunnen zien in tijd en ruimte dan zou je iedere willekeurige scène zien, voor zo iemand is er dus alleen gelijktijdigheid. In plaats van opvolgende beelden op een tijdslijn ziet zo iemand een totaalbeeld met alle gebeurtenissen. Of om in de terminologie van Buddha te spreken ziet zo iemand het gehele wiel en niet alleen maar het stukje ‘nu’ waar het de grond raakt.

earthhole1.2x-thumb

Aarde in een golvende baan om de zon. (Illustratie N. Quist)

De dimensie tijd

De kwantumtheorie gaat uit van meerdere dimensies. Buiten de ons zo vertrouwde drie dimensies van hoogte, breedte en diepte komt er in eerste instantie een vierde bij en dat is de tijdscoördinaat. Om te begrijpen wat een tijdscoördinaat (of de vierde dimensie) is moet men weten wat het NIET is.

Het is geen subjectieve tijd. Dus hoe je als persoon tijd ervaart heeft niets met een vierde dimensie te maken. Dat met een slok op de
tijd lijkt te vliegen of dat een stoplicht als je haast hebt uren op rood lijkt te staan heeft alles met persoonlijk perceptie te maken en niets met het feitelijke tijdsverloop.

Het is geen objectieve tijd. Dus klokken, in welke vorm dan ook en het maakt hierbij niet uit of ze mechanisch of elektronisch zijn. Wat klokken feitelijk doen is de pauze tussen twee niet gelijktijdige gebeurtenissen meten. Dus de ruimte tussen de tik en de tak van uw klok. Einstein heeft met zijn speciale relativiteitstheorie aangetoond dat een dergelijke tijdsmeting euh.. relatief is.

Zo zal een klok die zeer snel voortbewogen wordt langzamer lopen dan een klok die gewoon op zijn plek blijft staan, een verschijnsel dat tijddilatatie wordt genoemd.

Dat tijdsverloop relatief is hangt ook af van de grootte van het object. Ik besta bijvoorbeeld 40 jaar, maar de levensduur van de meest elementaire deeltjes (mesonen, die zorgen voor de samenhang tussen protonen en neutronen in de atoomkern) waaruit ik ben opgebouwd ‘leven’ slechts 10-15 seconde. (Dat is een decimaalbreuk met 14 nullen achter de komma.) Eigenlijk sta ik dus razendsnel aan en uit te knipperen. Een beetje vergelijkbaar met bijvoorbeeld het beeld van een acteur op TV. We denken dat we een acteur zien maar dat is slechts een illusie. Immers, het televisie scherm wordt beschoten met elektronen van wisselende intensiteit en op de contactpunten ontstaan groen, blauw of rood oplichtende flikkeringen. De elektronenstraal ‘tast’ het scherm in evenwijdige lijnen af en bouwt zodoende het beeld op. Het beeld van de acteur is dus niet eens gelijktijdig, het is dankzij onze traagheid dat we denken een mooi gelijktijdig beeld te zien. Het is daarom niet verbazingwekkend dat sommige argumenteren dat onze werkelijkheid slechts een soort hologram is.

Volgens Einstein en zijn speciale relativiteitstheorie is de tijdscoördinaat (of zo u wilt, vierde dimensie) noch een rechte lijn noch een cirkel, ze lijkt het meest op een in zichzelf terugdraaiende spiraal, symbool van een verloop zonder einde. Deze constatering sluit ook de vraag naar een mogelijk begin en eind van de tijd uit en wijst op de gelijktijdigheid van alle gebeurtenissen.

Heeft u nog even tijd?

Sir Arthur Eddington zei dat de verdeling in verleden en toekomst nauw verwant is aan onze voorstelling van oorzaken en onze vrije wil. In een vastliggend schema kan men verleden en toekomst in een vaste vorm voor zich zien liggen. Gebeurtenissen vinden niet plaats, ze bestaan al en wij bewegen ons enkel en alleen naar ze toe. Volgens Eddington staat het vast dat zonder bepaalde activiteiten in de tijd, zoals bijvoorbeeld veranderingen in de natuur, we hetgeen we ‘tijd’ noemen niet eens kunnen waarnemen. Tijd krijgt pas betekenis door bepaalde verbanden, door vergelijkingen met andere grootheden. Dit leidt echter tot onvermijdelijke misverstanden. Zo wordt normaal gesproken alles wat zich ‘in de loop van de tijd’ voltrekt automatisch met de tijd zelf vereenzelvigt. De tijd is echter, overeenkomstig zijn eigen karakter, duidelijk iets totaal anders. Iets dat door zijn aanpassing aan verschillende systemen uiterst veelzijdig kan zijn en veel verschijningsvormen kan hebben. Aldus Eddington.

In 1932 ontdekte hoogleraar Carl David Anderson van het Caltech instituut een vreemd deeltje dat de naam positron meekreeg. Een positron is een antideeltje (of antimaterie) en het tweelingbroertje van een elektron. Als een positron in de buurt van een elektron komt wordt hun massa razendsnel in straling omgezet in de vorm van twee fotonen. Richard Feynmann, ook hoogleraar bij Caltech, deed later een
ontdekking die hem in 1965 in één klap zowel de Einstein–medaille als een Nobelprijs opleverde. Feynmann ontdekte namelijk dat positronen zich onder bepaalde omstandigheden terug in de tijd bewogen! In de actieradius van subatomaire deeltjes zou een kortstondige omkering van de tijdrichtingspijl optreden.

De ontdekking van antimaterie en hun tegendraadse gedrag zette de deur open voor nieuwe ideeën. Tegenwoordig houdt men er serieus rekening mee dat ons gezamenlijk universum voor de ene helft uit materie en de andere helft uit antimaterie bestaat. Misschien bestaat er, net zoals in de microkosmos, voor onze wereld wel een antiwereld waar tegenovergestelde fysische wetten gelden. De Griekse filosoof Plato (427-347 v. Chr.) was met zijn idee van een pulserend universum, waarin de tijdpijl periodiek van richting verandert, zijn tijd ver vooruit. Plato beschreef in zijn werk Politikos zijn vermoeden dat de ontwikkeling van onze wereld aan het eind van een cyclus tot stilstand zou komen om vervolgens in omgekeerde volgorde terug te lopen. Vanuit ons gezien zou in zo een terugwaarts universum, de doden herrijzen en de levenden steeds jonger worden om vervolgens in de moederschoot terug te kruipen. Een bizar en belachelijk idee?

Back to the future

Gerald Feinberg kon met zijn tachyonen stelling, zo’n 2400 jaar na Plato, de ideeën van terugwaartse tijd preciseren. Tachyonen zijn deeltjes waarvan de snelheid, voor ons als waarnemer, groter is dan die van het licht. Het artikel van Feinberg, genaamd ‘Possibility of faster than light particles’, lokte in de vakwereld een levendige discussie uit  over deeltjes die, naar alle waarschijnlijkheid, tot een ander universum en daarmee tot een – van uit ons gezien- omgekeerd georiënteerd tijdsysteem, behoren. Tachyonen kunnen ook volgens de Lorentz-transformatie voor tijdomkeringen zorgen. Aanvankelijk waren de ‘sneller dan het Licht’ deeltjes van Feinberg zwaar theoretisch, echter K. Schranhorst, fysicus van de Berlijnse Humboldt Universiteit, toonde later aan dat fotonen onder bepaalde omstandigheden wel degelijk de lichtsnelheid konden overschrijden.

Misschien spelen met informatie geladen ‘sneller dan licht deeltjes’ een rol in precognitieve waarnemingen.

Even de tijd nemen om op adem te komen

In het voorgaande ben ik in een moordend tempo langs enkele facetten van de kwantumfysische beschouwingen van tijd geraasd. Ik heb veel zaken onbesproken gelaten en andere slechts aangestipt. Ongeacht de onvolledigheid meen ik wel afdoende te hebben aangetoond dat de betrokken wetenschappers het in ieder geval over een aantal zaken eens zijn:

1) Tijd is relatief.

2) Niets in de nieuwe natuurkunde staat het reizen in verleden en toekomst in de weg, integendeel.

3) Chronologische ordening is niet noodzakelijk, er is slechts sprake van “gebeurtenissen”.

4) Er bestaat een vierde dimensie: ‘tijd’.

5) Gelijktijdigheid is een reële optie, zeker op subatomair niveau.

U hoeft zich geen zorgen te maken als de tijdparadoxen en anachronismen die gepaard gaan met kwantumfysica u tot wanhoop drijven. Er is waarschijnlijk niemand op deze wereld die u, in dat verband, het begrip tijd op een afdoende en sluitende manier kan uitleggen.

Als u zich nooit verdiept heeft in het fenomeen tijd zal bovenstaande op z’n minst als krankzinnig overkomen. Je werkdag verkorten tot een uurtje en de baas vertellen dat tijd relatief is levert waarschijnlijk ontslag op. De prikklok verlangt nou eenmaal 30.600 intervallen (of zo u wilt seconden) tussen de tik-tak gebeurtenissen. Maar deze wijze van tijdsbeleving is slechts in onze driedimensionale wereld geldig. Om te weten hoe tijdsbeleving in een multi-dimensionale
omgeving wordt ervaren hoeft u slechts terug te denken aan uw dromen. In sommige dromen worden avonturen beleefd die uren zoniet dagen lijken te duren. Deze tijdsbelevenis staat haaks op de meetresultaten van de onderzoekers, zij meten tijdens onze droommomenten slechts luttele seconden van hersenactiviteit.

Met alle informatie die ik u hierboven gegeven heb kan ik in het volgende deel met een gerust hart eindelijk doen wat ik beloofd had, namelijk vanuit de kwantumfysica een antwoord geven op het ‘zien in de toekomst’.

Omdat toekomst ook maar een relatief begrip is (zo is deel 3 voor u nog toekomst terwijl het voor mij alweer historie is), spreken we vanaf nu over het beter passender precognitie (latijn: prae = ‘voor’ of ‘vooruit’ en cognoscere = ‘herkennen’)

Samenstelling, vertaling en commentaar door Frank.

Bronnen:

Prof. Ir. Dr. J.N.J. Kooy, Journal of Parapsychologie vol. 21, 1957 ‘Space and Consciousness’ blz. 259-272

Kwantumportatie (Eng): D. Bouwmeester, “Experimental Kwantum teleportation, Nature 390 (11 dec.1997): 575-9.

kwantumportatie (Eng): M. Fox : Spooky teleportation study brings future closer, Reuters 22 okt. 1998.

Kwantumportatie (Eng) : A. Furusawa : Unconditional Kwantum Teleportation, Science 282 (23 okt. 1998) 706-9.

Kwantum computers (Ned)

Kwantum computers (Ned, Kennislink)

Het Montauk Project

http://en.wikipedia.org/wiki/Montauk_Project

E. Meckelburg, Tijdtunnel, ISBN 90 6010 784 5

One thought on “Herinner je je de toekomst nog? Deel 2

  1. Luke Kurvers says:

    This is interesting.David Bohm of quantum mechanics and J. Krishnamurti, the observer and thinker were actually on similar grounds.That is what they felt to be so.
    Dirac, the physicist, believes that matter is created from energy. From a different angle Krishnamurti sees it that when energy has a pulse it creates matter.

    As a dowser I feel that the tachyon field is the medium which provides the medium of connecting. Dr. Hans Nieper thought so and I agree that the nervous system is the receiver if not also the transmitter. Krishnamurti said that thought is a thing. I agree.

    There is an old Javanese saying “all is one.

    L. K.

Comments are closed.